Gedragscode Coach (In Dutch)
13.11.07 / Coaching / Author: kate
Artikel 2.3 en 2.6 worden door Feel Free Coaching vrij geinterpreteerd om provocatieve coaching te incorporeren.
Uitgangspunten
De NOBCO gaat er van uit dat:
De coach en de coachee elkaar volkomen gelijkwaardig zijn, in die zin dat beiden
unieke en complete mensen zijn, vol mogelijkheden.
De coachee uiteindelijk zelf het beste weet wat goed voor hem is en zowel in zijn
privé – als in zijn professioneel bestaan zelf, op basis van eigen afwegingen, kan
beslissen wat hij wél of niet wil. Dientengevolge is de coachee ook zelf
verantwoordelijk voor de keuzen die hij maakt, en is hij in persoon aanspreekbaar op
zijn gedrag.
Tijdens coaching de doelen, middelen en keuzen van de coachee prioriteit hebben
boven die van de coach.
Verklaring
Iedere coach die in het register van de NOBCO is opgenomen, heeft verklaard zich
vrijwillig en volledig te houden aan de EGC die op deze pagina is afgedrukt.
§ 1 Respect
Respect duidt op het erkennen en eerbiedigen van waarden in het algemeen en iemands
persoonlijke en menselijke waardigheid in het bijzonder. Een coach brengt dit tot
uitdrukking door onderstaande gedragsregels na te leven:
1.1 Hij benadert en behandelt ieder mens als gelijkwaardig.
1.2 Hij laat zijn coachee de ruimte om eigen beslissingen te nemen en veranderingen
in eerder genomen beslissingen aan te brengen, rekening houdend met eigen normen,
waarden, prioriteiten en levensovertuiging.
1.3 Hij houdt rekening met het ontwikkelingsniveau, de mogelijkheden en behoeften
van de coachee.
1.4 Hij dient zich vóór de aanvang van de professionele relatie ervan te gewissen,
als er sprake is van een externe opdrachtgever, dat zowel de opdrachtgever als de
cliënt over dezelfde informatie beschikken voor wat betreft doel en opzet van de
professionele relatie en de voorgenomen werkwijze. De opdracht kan slechts doorgang
v inden als over doel en opzet tussen hen overeenstemming bestaat. Bij wijziging van
de situatie of van de opdracht dient de coach tot hernieuwde afspraken te komen.
1.5 Hij gaat gedurende een coachingsrelatie geen seksuele of andere intieme relatie
met een coachee aan.
§ 2 Integriteit
De coach streeft naar integriteit in zijn beroepsuitoefening. In zijn handelen
betoont de coach eerlijkheid, betrouwbaarheid, gelijkwaardige behandeling en
openheid tegenover de coachee. Hij schept tegenover alle betrokkenen duidelijkheid
over de rollen die hij vervult en handelt in overeenstemming daarmee.
2.1 Hij is eerlijk en oprecht. Hij zegt wat hij doet en doet wat hij zegt.
2.2 Hij laat zich niet in met praktijken die de wet overschrijden of algemeen
aanvaarde regels van fatsoen te buiten gaan. Hij laat zich niet in diskrediet
brengen.
2.3 Hij gedraagt zich in woord en daad eerzaam en fatsoenlijk in zijn relaties, en
brengt de coachee nimmer in verlegenheid.
2.4 Hoewel hij zelfbewust optreedt en handelt, dringt hij zich nergens op de
voorgrond en blijft hij bescheiden.
2.5 In situaties waarin hij met de coachee of anderen van mening verschilt, of
waarin compromissen gesloten moeten worden, blijft hij redelijk en schappelijk en
houdt hij de dialoog open.
2.6 Hij gaat tactvol en beschaafd met mensen om, en past zich wanneer dat nodig is
in redelijkheid aan aan de omstandigheden, in het bijzonder aan gewoonten en
gebruiken van de coachee, zonder zijn persoonlijke authenticiteit prijs te geven.
2.7 Hij gaat vertrouwelijk om met alle informatie over de coachee die hij direct,
indirect of door enige andere bron heeft ontvangen, en vrijwaard de coachee van
misbruik en ongeautoriseerd openbaar worden van data.
2.8 Hij maakt geen misbruik van situaties, omstandigheden of kennis waarin de
coachee afhankelijk van hem is, noch om zichzelf of andere relaties te bevoordelen,
noch om de coachee of relaties van de coachee te benadelen.
§ 3 Verantwoordelijkheid
Een coach neemt door het aangaan van een vertrouwensrelatie verplichtingen op zich
die niet alleen een zwaar beroep doen op zijn verantwoordelijkheidsgevoel, maar die
ook repercussies hebben op de maatschappij in het algemeen en alle betrokkenen bij
het coachingsproces in het bijzonder. Hij zorgt ervoor dat, voor zover dat in zijn
vermogen ligt, dat zijn diensten en de resultaten van zijn beroepsmatig handelen
niet worden misbruikt. Dat hij op verantwoorde wijze coacht, bewijst een coach door
zich aan volgende gedragsregels te houden:
3.1 Hij onderkent de macht die inherent is aan zijn positie en beseft dat hij zowel
bewust, als onbewust grote invloed uit kan oefenen op de coachee en mogelijk ook op
derden.
3.2 Hij kent zowel de beperkingen van zijn beroep als de grenzen van zijn
persoonlijke competenties en zorgt ervoor dat hij geen van beide overschrijdt.
3.3 Hij is zich bewust van zijn persoonlijke waardigheid en heeft inzicht in de
invloed daarvan op de uitoefening van zijn beroep als coach.
3.4 Hij aanvaardt waar nodig samenwerking met andere coaches en professionals,
bijvoorbeeld indien in teamverband gewerkt moet worden aan grote projecten.
3.5 Hij maakt de bevrediging van eigen emotionele- en of andere behoeften niet
afhankelijk van de relatie met een coachee.
3.6 Hij onttrekt zich niet aan de behandeling van een klachtenprocedure als die
tegen hem wordt ingesteld.
§ 4 Professionaliteit
Een coach streeft naar het verwerven en handhaven van een hoog niveau van
professionaliteit in zijn beroepsuitoefening. Hij neemt de grenzen van zijn
deskundigheid in acht en de beperkingen van zijn ervaring. Hij biedt alleen diensten
aan en gebruikt alleen methoden en technieken waarvoor hij door opleiding, training
en/of ervaring is gekwalificeerd.
4.1 Hij neemt zichzelf regelmatig onder de loep, doet aan zelfreflectie en past
zelfanalyse toe om te na te gaan hoe en in welke richting hij zichzelf als mens én
als coach zal ontwikkelen, om optimaal te kunnen blijven functioneren.
4.2 Hij houdt zich op de hoogte van ontwikkelingen, staat open voor nieuwe inzichten
en onderzoekt nieuwe methoden op gebied van coaching.
4.3 Hij heeft een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of heeft op andere wijze
gezorgd dat eventuele schaden waar hij als coach op kan worden aangesproken, in
redelijkheid gedekt zijn.
4.4 Hij informeert desgevraagd welke opleiding, c.q. ervaring en kwalificaties hij
heeft en welke methoden en stijl hij (voornamelijk) gebruikt bij coaching. Hij heeft
daartoe een curriculum vitae beschikbaar dat door hem actueel wordt gehouden.
4.5 Hij maakt onderscheidt tussen een coachingsrelatie en andere relatievormen,
zoals een vriendschapsrelatie en een zakenrelatie. Hij waakt voor het optreden van
belangenverstrengeling. Bij dreigende vermenging van relaties zal hij óf de
coachingsrelatie beëindigen, dan wel de andere relatie opschorten.
4.6 Hij is collegiaal richting andere beroepscoaches, en is bereid mee te werken aan
voortgaande professionalisering van het beroep en het optimaliseren van het imago.
Comments: 0